Vennootschapsbelastingplicht bij stichting en vereniging

7 oktober 2019
Wet- en regelgeving

Stichtingen en verenigingen zijn vennootschapsbelasting verschuldigd voor zover zij een onderneming drijven. Wat betekent dit? En hoe voorkomt u als bestuurder fiscale risico’s?

Portretfoto van Mark Broekhuizen
Geschreven door:
Mark Broekhuizen Senior belastingadviseur
man leest over vennootschapsbelasting op laptop

Belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting

Sommige rechtspersonen zijn op basis van hun rechtsvorm altijd belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Voor stichtingen en verenigingen geldt dit niet. Die zijn slechts vennootschapsbelastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven. Dit geldt voor alle stichtingen en verenigingen, dus ook voor algemeen nut beogende instellingen (anbi). Het is ook mogelijk dat een stichting of vereniging tegelijkertijd belaste en onbelaste activiteiten verricht. In dat geval is het aan te raden tijdig een splitsing te maken tussen de verschillende activiteiten. 

Een onderneming drijven

In de jurisprudentie wordt onder een onderneming het volgende verstaan: 

  • een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid,
  • gericht op deelname aan het economisch verkeer,
  • met het oogmerk winst te behalen.

Ontbreekt één van de bovenstaande elementen? Dan is geen sprake van een onderneming. Uit de jurisprudentie volgt dat de voorwaarden voor het drijven van een onderneming feitelijk moeten worden beoordeeld. Om te beoordelen of een stichting of vereniging een onderneming drijft, kan de inhoud van de statuten worden meegewogen. De statuten zijn echter niet doorslaggevend. Zo wordt  een stichting of vereniging die feitelijk winsten behaalt, geacht een winstoogmerk te hebben. Het maakt dan niet uit wat er in de statuten staat en of de winsten begroot waren.   

In concurrentie treden

Als een stichting of vereniging geen winstoogmerk heeft, is in principe geen sprake van een onderneming. Toch kan de stichting of vereniging vennootschapsbelastingplichtig zijn. Bijvoorbeeld als de stichting of vereniging een activiteit uitoefent waardoor in concurrentie wordt getreden met door natuurlijke personen of belaste rechtspersonen gedreven ondernemingen. 

Vrijstelling vennootschapsbelasting

Als een stichting of vereniging vennootschapsbelastingplichtig is, wil dat nog niet zeggen dat ook daadwerkelijk belasting betaald moet worden. Voor stichtingen en verengingen met beperkt winstgevende activiteiten geldt namelijk een vrijstelling van vennootschapsbelasting. Voorwaarde voor deze vrijstelling is dat de jaarlijkse winst niet meer bedraagt dan € 15.000 of niet meer dan € 75.000 over het jaar zelf en de vier voorafgaande jaren. 

Een voorbeeld

Eind 2018 oordeelde de Rechtbank Gelderland in een geschil over de vrijstelling van vennootschapsbelasting bij stichtingen en verenigingen. De casus was als volgt. Een beroepsvereniging voor Nederlandse stylisten behaalt in de eerste drie jaren na oprichting een jaarlijkse winst. De vereniging is van mening dat geen vennootschapsbelasting is verschuldigd. Zij heeft de drempel van € 75.000 namelijk nog niet overschreden. 
De Belastingdienst legt een naheffingsaanslag op. Het winstplafond van € 75.000 moet volgens de Belastingdienst worden herrekend naar rato van het aantal jaren dat de vereniging daadwerkelijk bestaat. Omdat de vereniging drie jaar bestaat, zou een winstplafond van € 45.000 gelden. Deze drempel heeft de vereniging wel overschreden, waardoor de vereniging vennootschapsbelasting verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling wel van toepassing is. Het winstplafond van € 75.000 wordt niet naar rato toegepast in de eerste jaren na oprichting. Dit is goed nieuws voor stichtingen en verenigingen die nog niet lang geleden zijn opgericht. De kans dat zij vennootschapsbelasting verschuldigd zijn, is hierdoor kleiner. 
Een andere ontwikkeling die hierbij voor stichtingen en verenigingen van belang is, is dat door grondslagverbredende maatregelen de fiscale winsten hoger kunnen uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan afschrijvingsbeperkingen op onroerende zaken. Door dergelijke maatregelen zullen de drempelbedragen van € 15.000 en € 75.000 eerder overschreden worden, waardoor stichtingen en verenigingen eerder vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.

Vragen over vennootschapsbelasting? 

Twijfelt u als bestuurder over de vennootschapsbelastingplicht van uw stichting of vereniging? Onderneem dan actie. Met een tijdige beoordeling van de belastingplicht voorkomt u problemen in een later stadium. Heeft u vragen? Neem dan contact met Mark Broekhuizen, senior belastingadviseur, op 040-2942626 of stuur Mark een e-mail

Ook interessant voor u:

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Mark
Portretfoto van Mark Broekhuizen
Senior belastingadviseur
Bel
040-2942626
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan