Belastingdruk niet in één tarief te vangen

1 december 2022
Artikel

De Rijksoverheid sleutelt jaarlijks aan de belastingtarieven om voor voldoende inkomsten te zorgen. Dat en slimme combinaties maken het steeds lastiger om de effectieve belastingdruk eenvoudig weer te geven.

Portretfoto van Bert van den Kerkhof
Neem contact op met:
Bert van den Kerkhof Hoofd vaktechniek Belastingadvies
Tablet met grafieken

Wat zijn de verschillen in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting tussen een IB-ondernemer, de dga die zijn onderneming in een bv-vorm exploiteert en de hybride vorm waarbij de natuurlijk persoon/IB-ondernemer een samenwerkingsverband aangaat met zijn eigen bv?

De IB-ondernemer

Er zijn voor 2023 twee tarieven aangekondigd voor de inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen: 36,93% en 49,5%. Naast deze tarieven is er nog de Zorgverzekeringswet met een tarief van 5,5%. Vervolgens zijn er enkele heffingskortingen, zodat de belastingplichtigen met de laagste inkomens nog voldoende inkomen overhouden om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Tot een bepaald inkomen geldt de algemene heffingskorting en bij actieve deelname aan het arbeidsproces een arbeidskorting. Deze kortingen lopen echter af naarmate het inkomen hoger is. De IB-ondernemer heeft ook nog extra fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-vrijstelling.

Het effectief tarief aan belastingheffing fluctueert in 2023 tussen de 14% bij een inkomen van € 20.000 en 55% bij een inkomen van € 51.000. Bij een belastbaar inkomen van meer dan € 115.000 inkomen komt het effectieve tarief weer terug bij 49,5%.

De dga

Wordt de onderneming in een bv-vorm geëxploiteerd, dan moet de dga in 2023 zichzelf een zogenoemd gebruikelijk loon toekennen van minimaal € 51.000. Daarover moet belasting worden afgedragen.
Voor de vennootschapsbelasting is het tarief in 2023 tot een resultaat van € 200.000 19% (thans 15%). Bij een resultaat van meer dan € 200.000 is het percentage 25,8%. Het eerdere toegezegde opstapje van € 395.000 tegen het lage tarief van 15% heeft de overheid nog voordat het werd ingevoerd weer ingetrokken.

Naast zijn gebruikelijk loon moet de dga bij een dividenduitkering over het dividend een AB-heffing betalen. Het tarief voor de AB-heffing is in 2023 nog het vlak tarief van 26,9%. Vanaf 2024 geldt een getrapt tarief van 24,5% over de eerste € 67.000. Boven dit drempelbedrag geldt het tarief van 31%. Ook hier zit weer een addertje onder het gras, omdat vanaf 2025 het box-2 inkomen meetelt voor de bepaling van de algemene heffingskorting. Hierdoor is de dga met een laag loon die dividend uitkeert per saldo meer belasting kwijt. De vraag is of deze maatregel de dga dan nog stimuleert om jaarlijks dividend uit te keren of dat hij dit deel van de belasting uitstelt.

Hybride vorm

Om de belastingdruk enigszins in de hand te houden, kan de hybride vorm een samenwerking tussen een natuurlijk persoon en zijn eigen BV verlichting bieden. Ook hierbij blijft het van belang om tarieven goed tegen elkaar af te zetten om te beoordelen of deze ondernemersvorm voldoende voordeel voor u oplevert.

Laat u vooraf goed informeren alvorens u verstrikt raakt in de kluwen van de effectieve belastingdruk. Neem contact op met Bert van den Kerkhof, hoofd vaktechniek Belastingadvies, via e-mail.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Bert
Aanmelden nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Meld u direct aan
Volg ABAB op Facebook

Volg ABAB op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina
Volg ons nu