Bij een auto van de zaak krijgt u te maken met bijtelling, bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) en motorrijtuigenbelasting. Wat zijn de regels en uitzonderingen en hoe kunt u ervoor zorgen dat u en uw medewerkers fiscaalvriendelijk rijden? In dit whitepaper informeren wij u over de belangrijkste aandachtspunten.

Bijtelling

Als uw medewerker de auto van de zaak zowel zakelijk als privé gebruikt en hij meer dan vijfhonderd privékilometers per jaar rijdt, moet u rekening houden met een forfaitaire bijtelling. Als werkgever houdt u maandelijks een bedrag aan loonheffing in over de bijtelling en telt u de bijtelling op bij de winst van het bedrijf (uiteraard geldt dit enkel voor ondernemers). Over dit bedrag bent u inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en een inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet verschuldigd.

Bijtellingspercentages

Sinds 1 januari 2009 hanteert de Belastingdienst verschillende  bijtellingspercentages. Deze zijn afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto en gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde, inclusief belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en btw. Er is geen onderscheid tussen personenauto’s of bestelauto’s. Voor auto’s ouder dan vijftien jaar vormt de waarde van de auto in het economisch verkeer de basis voor de bijtelling. De actuele bijtellingspercentages vindt u in dit whitepaper.