Wijzigingen in het Nederlandse faillissementsrecht

Op dinsdag 21 juni 2016 is het Wetsvoorstel continuïteit ondernemingen I (WCO I) door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om voorafgaand aan een eventueel faillissement een beoogd curator en  beoogd rechter-commissaris aan te wijzen. Dit vergemakkelijkt de afwikkeling van een faillissement en vergroot de kansen op voorzetting van een onderneming of van een doorstart van rendabele bedrijfsonderdelen. Door recente ontwikkelingen wordt WCO I, in  de huidige vorm, waarschijnlijk niet aangenomen door de Eerste Kamer. Wat betekent dit voor u als ondernemer?

Portretfoto van Patrice Hoogeveen
geschreven door:
Patrice Hoogeveen Jurist ondernemingsrecht
Documenten van het faillisementsrecht

Met WCO I kan een ondernemer onder het toeziend oog van de beoogd curator al vóór het faillissement voorbereidingen treffen om de onderneming na een faillietverklaring een doorstart te laten maken. Dit biedt dus de mogelijkheid om een verkooptransactie in min of meer stilte en relatieve rust voor te bereiden. De voorgenomen verkoop wordt vervolgens, direct na het faillissement, uitgevoerd en afgerond. We noemen dit de ‘pre-pack’-methode. Een groot voordeel van deze methode schuilt in het voorkomen van onnodig waardeverlies van de onderneming.

WCO I in het Smallsteps-arrest

Het is twijfelachtig of WCO I daadwerkelijk in de huidige vorm wordt aangenomen. Terwijl WCO I voor 4 april 2017 op de agenda stond van de Eerste Kamer, heeft de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie op 29 maart 2017 in het Smallsteps-arrest geconcludeerd dat de Nederlandse ‘pre-pack’-methode niet valt aan te merken als een reguliere faillissementsprocedure. Redenen hiervoor zijn, aldus de advocaat generaal:

  • De doelstelling van de methode is niet gericht op een liquidatie van vermogen zoals in een reguliere faillissementsprocedure.
  • Dat thans  voor de ‘pre-pack’-methode geen wettelijk kader bestaat. Een beoogd curator heeft in de voorbereidende fase formeel geen bevoegdheden. Daardoor kan de officiële controle, die gedurende de formele procedure van het faillissement moet plaatsvinden, nagenoeg volledig haar betekenis verliezen. De curator en de rechtbank hebben bij de ‘pre-pack’-methode veel minder invloed dan bij een reguliere faillissementsprocedure.
  • De ‘pre-pack’-methode vindt altijd plaats op initiatief van (het bestuur van) de betrokken onderneming, terwijl de reguliere faillissementsprocedure door verschillende betrokkenen kan worden ingeleid, bijvoorbeeld ook door schuldeisers.

Een en ander heeft tot gevolg, aldus de advocaat generaal, dat werknemers van de bewuste onderneming worden beschermd door de regeling van ‘overgang van onderneming’ en dat zij dan ook, na het daadwerkelijk uitgesproken faillissement, in dienst zijn van de doorstartende onderneming

In afwachting van standpunt Europese Hof

Het Europese Hof van Justitie heeft nog geen oordeel gegeven, maar de vooruitzichten voor WCO I in de huidige vorm zijn niet gunstig. De stemming over WCO I in de Eerste Kamer is uitgesteld. Men wacht nu eerst het standpunt af van het Europese Hof.

Consequenties oordeel Europese Hof

Als het Europese Hof van Justitie oordeelt dat de regeling van ‘overgang van onderneming’ van toepassing is binnen WCO I, is het gedaan met haar populariteit. Als koper of ‘doorstarter’ van een onderneming die in bedrijfseconomisch ‘zwaar weer’ verkeert, moet u dan ook het voltallige personeel -en hiermee de doorlopende loonlasten- overnemen. Dat heeft een behoorlijke financiële impact en derhalve reden te meer om tijdig een goede afweging te maken van kosten en baten.

Wilt u meer weten over het faillissementsrecht? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Patrice
Portretfoto van Patrice Hoogeveen
Jurist ondernemingsrecht
Bel
013-4647197
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan