Hoge Raad moet beslissen over renteaftrekbeperking

25 februari 2019

Als een Nederlandse bv geld leent van een groepsmaatschappij om bepaalde ‘besmette’ transacties te financieren, is het uitgangspunt dat de betaalde rente fiscaal niet aftrekbaar is. Dit kan anders zijn wanneer de groepsmaatschappij die de (interne) lening heeft verstrekt, de daarvoor benodigde middelen heeft geleend bij een externe financier. Over de vraag of een interne schuld in feite is aangegaan bij een externe financier ligt nu een procedure (voor de tweede keer) bij de Hoge Raad. De belangrijkste adviseur van de Hoge Raad, de Advocaat-Generaal (AG) heeft onlangs zijn advies in deze zaak uitgebracht.

Portretfoto van Robert Gall
Geschreven door:
Robert Gall Senior belastingadviseur
handtekening zetten

De feiten

Een aantal Nederlandse bv’s wordt overgenomen door een grote internationale groep (een bankenconcern). Deze bv’s gaan vervolgens leningen aan bij een groepsvennootschap die vanuit Londen opereert. Vaststaat dat de Nederlandse bv’s deze leningen hebben gebruikt voor zogenaamde ‘besmette’ transacties (bijvoorbeeld een dividenduitkering of aankoop van aandelen in een (nieuwe) groepsmaatschappij). De rente is dan in beginsel fiscaal niet aftrekbaar van de winst van de Nederlandse bv’s. Dit kan anders zijn als de groepsmaatschappij waarvan zij de bedragen hebben geleend, de daarvoor benodigde geldmiddelen bij een externe financier hebben aangetrokken.

De kwestie

De vraag die in deze procedure centraal staat, is of de bedragen die de bv’s bij hun groepsmaatschappij hebben geleend ‘in feite’ zijn geleend bij externe partijen. Anders gezegd, in hoeverre is sprake van parallellie tussen de externe leningen en de groepsleningen? Wat de beantwoording van deze vraag moeilijk maakt, is dat onvoldoende duidelijk is welke mate van parallellie vereist is. De AG ziet drie soorten parallellie:

  • De interne financieringsmaatschappij is feitelijk alleen een doorgeefluik voor de externe leningen; de hoofdsommen, rentevoeten, looptijden en voorwaarden van de interne en de externe leningen zijn min of meer gelijk (doorgeefluikparallellie).
  • De groepsleningen zijn uiteindelijk boekhoudkundig gedekt door de externe leningen (boekhoudkundige-dekkingsparallellie).
  • Iets hier tussenin (strenger dan de boekhoudkundige parallellie, maar minder streng dan de doorgeefluikparallellie).

Het Gerechtshof oordeelde eerder dat een zuiver boekhoudkundige parallellie onvoldoende is, maar eiste geen volledige doorgeefluikparallellie. Het Gerechtshof was van oordeel dat de rente in deze situatie niet aftrekbaar is, omdat de bv’s niet aannemelijk hebben gemaakt dat en welke lening(en) extern zijn aangetrokken door hun groepsmaatschappij om specifiek deze bv’s te financieren.

Volgens de AG is het oordeel van het Gerechtshof juist; hij adviseert de Hoge Raad daarom om het cassatieberoep van de bv’s te verwerpen en de rente aan te merken als niet aftrekbaar. Het wachten is u op het eindoordeel van de Hoge Raad. Zodra dit bekend is, zullen wij u hierover nader informeren.
 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Robert
Portretfoto van Robert Gall
Senior belastingadviseur
Bel
024-6485808