Einde aan derogatie: wel tegemoetkoming

13 september 2022

Het was al uitgelekt, maar in de laatste Kamerbrief van minister Staghouwer van Landbouw kondigt hij het einde aan van de derogatie in Nederland. We zetten de belangrijkste punten uit deze brief voor u op een rij.

Portretfoto van Wim Dirks
Neem contact op met:
Wim Dirks Agrarisch bedrijfsadviseur
koeien in een weiland

De Europese Commissie (EC) heeft de conceptderogatiebeschikking (op grond van Europese regelgeving vertrouwelijk) gedeeld met de lidstaten ter voorbereiding op de stemming in het Nitraatcomité van 15 september 2022.

Voorwaarden en looptijd

Voor het jaar 2022 zijn de voorwaarden in de conceptbeschikking gelijk aan de voorgaande beschikking. De looptijd van deze beschikking is langer dan de vorige, namelijk vier jaar (2022 tot en met 2025). Dit is wel de laatste derogatie voor graasdiermest die aan Nederland wordt verleend.
Vanaf 2026 is de stikstofgebruiksnorm uit dierlijke mest 170 kg per hectare. Vanaf 2023 wordt de omvang van de extra plaatsingsruimte voor graasdiermest bovenop de norm van 170 kg stikstof per hectare stapsgewijs verlaagd. De hoogte van de derogatie is de komende jaren als volgt:

  Hoogte derogatienorm in door nutriënten verontreinigde gebieden Hoogste derogatienorm overige gebieden
2022 230 kg/N/ha3 250 kg/N/ha
2023 220 kg/N/ha 240 kg/N/ha
2024 210 kg/N/ha 230 kg/N/ha
2025 190 kg/N/ha 200 kg/N/ha
2026 Geen derogatie Geen derogatie

 

Ook gelden er aanvullende voorwaarden. Vanaf 2023 moet Nederland verontreinigde gebieden aanwijzen waar de derogatie sneller wordt afgebouwd. Ook moeten de stikstofgebruiksnormen vanaf 2025 omlaag en worden de mestproductieplafonds bijgesteld. Daarnaast wordt de regelgeving voor bufferstroken aangepast in lijn met het nieuwe GLB.

Een deel van deze aanvullende voorwaarden geldt ook voor de Nederlandse landbouw als geheel en dus ook voor boeren die niet deelnemen aan de derogatie.

Verbeteren waterkwaliteit

Het kabinet beseft dat de gevolgen van de afbouw van de derogatie voor de derogatiedeelnemers erg groot zijn. Met de transitieregeling krijgen deze bedrijven de gelegenheid om op basis van de veranderende situatie en de toekomstige kaders de juiste afwegingen te kunnen maken voor hun bedrijf.

Het verbeteren van de waterkwaliteit is onderdeel van de benodigde verduurzamingstransitie. Dit is een randvoorwaarde om te voldoen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Bovendien is grasland nodig voor weidevogels, die onderdeel zijn van de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Het kabinet wil daarom het behoud van grasland stimuleren en voorkomen dat grasland door derogatiedeelnemers wordt omgezet in bouwland voor de teelt van uitspoelingsgevoelige gewassen.

Transitietegemoetkoming

Het kabinet wil een tijdelijke regeling in het leven roepen, die voorziet in een transitietegemoetkoming aan landbouwers die in 2021 een derogatievergunning hadden. Deze tegemoetkoming dekt een gedeelte van de extra kosten die deze derogatiedeelnemers moeten maken vanwege de afbouw van de derogatie. Zo wil het kabinet ervoor zorgen dat zij grasland behouden. De transitieregeling heeft een looptijd van maximaal drie jaar en loopt van 1 januari 2023 tot uiterlijk 31 december 2025. Voor de regeling stelt het kabinet maximaal € 130 miljoen beschikbaar. De subsidieregeling wordt uitgevoerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De details worden de komende tijd uitgewerkt.

Inmiddels geeft de website van RVO aan dat landbouwers zich later dit jaar kunnen aanmelden voor een derogatievergunning voor 2022. Waarschijnlijk kan dat vanaf november. De voorwaarden zijn hetzelfde gebleven als vorig jaar. Voor aanvragen en wijzigingen voor derogatievergunning voor 2023 en daarna wordt alleen bovenstaande tabel genoemd waarin de stikstofnorm wordt afgebouwd. De overige wijzigingen in de voorwaarden vanaf 2023 komen in de definitieve derogatiebeschikking.

Gevolgen

De afschaffing van derogatie heeft mogelijk grote gevolgen. Een voorbeeld:

Een bedrijf met 50 ha gaat van een gebruiksruimte organische mest van 230 naar uiteindelijk 170 kg = 60 kg * 50 ha = 3000 kg N. Uitgaande van 4 kg N per m3 rundveedrijfmest is dit 750 m3 minder plaatsingsruimte.

Mestafzet van 750 m3 x € 14 per m3 is € 10.500 extra afzetkosten. Bij klei (250 kg) is er nog eens 1000 kg N extra dat afgezet moet worden.

De druk op de mestmarkt neemt toe, ook bij andere sectoren, omdat er meer mest afgezet moet worden. Hierdoor nemen de mestverwerking en de export naar het buitenland toe. Daarnaast moet er meer kunstmest aangevoerd worden om aan de bemestingsbehoefte van het gewas te voldoen. Het is nog de vraag wat op termijn de gevolgen zijn van het toedienen van minder mest en meer kunstmest voor de bodemvruchtbaarheid, de ruwvoerkwaliteit en opbrengsten.

Meer informatie of advies

Wilt u meer informatie of advies over de nieuwe regelgeving of de transitietegemoetkoming? Neem contact op met Wim Dirks, agrarisch bedrijfsadviseur, via telefoonnummer 040-2942773 of stuur Wim een e-mail.

Wilt u meer weten over derogatie? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Wim
Aanmelden nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Meld u direct aan
Volg ABAB op Facebook

Volg ABAB op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina
Volg ons nu