Btw op oninbare vorderingen eenvoudiger en sneller terug te krijgen

23 februari 2017

Met ingang van 2017 geldt een nieuwe regeling voor de teruggaaf van btw op oninbare vorderingen. De regeling leidt tot een vereenvoudiging. 

 

Portretfoto van Robbert-Paul van der Velde
geschreven door:
Robbert-Paul van der Velde Senior belastingadviseur
stapel munten

Het recht op teruggaaf ontstaat uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van de vordering. Voor het jaar 2017 geldt een overgangsregeling voor alle facturen die op 1 januari 2017 openstaan. De opeisbaarheid van deze facturen moet liggen op 1 januari 2017. Dit betekent dat het recht op aftrek van btw op deze facturen uiterlijk ontstaat op 1 januari 2018. Eerdere teruggaaf blijft mogelijk!

Recht op teruggaaf

Zodra de oninbaarheid vaststaat, ontstaat op dat moment het recht op teruggaaf. U hoeft dan dus niet de termijn van één jaar af te wachten. De wettekst spreekt namelijk van een oninbaarheid die uiterlijk ontstaat na het verstrijken van één jaar na de opeisbaarheid. 

Op basis van de huidige regeling kan het verzoek in de aangifte worden verwerkt. Twee wegen leiden naar Rome: het terug te vragen btw-bedrag opnemen als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of opnemen als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte).

Wilt u meer weten over de btw op oninbare vorderingen? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Robbert-Paul
Portretfoto van Robbert-Paul van der Velde
Senior belastingadviseur
Bel
0115-677631
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan