Belastingplan 2017: geen verrassingen

20 september 2016

Volgens traditie presenteerde de minister van Financiën Dijsselbloem vandaag, Prinsjesdag 2016, het Belastingplan 2017. Gezien de tijd waarin we ons bevinden, het einde van een kabinetsperiode, bevat deze geen echte verrassingen. Ook doordat dit jaar de Miljoenennota weer voortijdig uitlekte. Tijd dus dat daar verandering in komt.

Portretfoto van Jason Vollering
geschreven door:
Jason Vollering Belastingadviseur
Man leest belastingplan 2017

Voor de volledigheid en omdat u dat nu eenmaal gewend bent, zetten we toch de belangrijkste wijzigingen op een rijtje.

Ondernemers/dga

  • Pensioen in eigen beheer

Zoals eerder al gemeld wordt het huidige pensioen in eigen beheer voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) afgeschaft. Een dga kan uit twee alternatieven kiezen: afkopen of een spaarvariant bij uitfasering (SBU). Het voorstel geeft dga’s de mogelijkheid om hun pensioen in eigen beheer geruisloos af te stempelen van de hogere commerciële waarde naar de lagere fiscale waarde. Hiervoor geldt de waarde van de reservering opgebouwd tot en met 31 december 2015. Bij afkopen kan deze lagere fiscale waarde vervolgens in de jaren 2017, 2018 of 2019 voordelig worden afgekocht. Over het bedrag is geen revisierente verschuldigd. De Belastingdienst beschouwt de afkoopsom als loon, maar er geldt een korting op van respectievelijk 34,5%, 25% en 19,5%. Daarmee is een dga, effectief een lager tarief verschuldigd. Bij een SBU wordt tot de pensioendatum rente bijgeschreven. Bij de uitfasering van het pensioen in eigen beheer moet de positie van de partner niet worden vergeten. Het wetsvoorstel voorziet in de voorwaarde dat de partner uitdrukkelijk moet instemmen met de door de dga beoogde beëindiging van het pensioen in eigen beheer. Lees meer over deze wijziging in dga pensioen.

  • Gebruikelijk loon innovatieve start-ups

In mei kondigde de minister van Economische Zaken aan dat de gebruikelijkloonregeling met ingang van 2017 wordt versoepeld voor DGA’s van innovatieve start-ups. Dat betekent dat DGA’s van ondernemingen die voor toepassing van de WBSO als starter zijn aangemerkt, kunnen volstaan met een gebruikelijk loon ter hoogte van het minimumloon gedurende de eerste drie jaren na de start van de onderneming.

Vennootschaps- en dividendbelasting

  • Verlenging eerste schijf vennootschapsbelasting

Het vennootschapsbelastingtarief bedraagt in 2016 20% over het belastbare bedrag tot € 200.000, en 25% over het meerdere. Het plan is om de eerste tariefschijf in 2018 te verlengen tot € 250.000 en vanaf 2021 structureel tot € 350.000. Deze maatregel is al eerder aangekondigd.

  • Innovatiebox

In juni publiceerde het kabinet een conceptwetsvoorstel met wijzigingen in de innovatiebox. Uitgangspunt is dat alleen nog voordelen uit immateriële activa door de belastingplichtige zelf ontwikkeld in aanmerking komen voor toepassing van de innovatiebox. Om te bepalen welk deel van het inkomen voor toepassing van de innovatiebox in aanmerking komt, wordt een nieuwe formule geïntroduceerd.
Voortaan zal er ook onderscheid gemaakt worden tussen grote en kleine ondernemers. Voor grotere ondernemers gelden zwaardere eisen.

  • Aanpassing zes-maandentermijn bij opteren belastingplicht vennootschapsbelasting

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voorziet in een vrijstelling van belastingen voor stichtingen en verenigingen met beperkte winstgevende ondernemingsactiviteiten. Omdat het in voorkomende gevallen voordeliger kan zijn, bestaat echter de mogelijkheid om te opteren voor belastingplicht. De zes-maandentermijn die hiervoor geldt wordt verlegd. Het verzoek kan vanaf 2017 uiterlijk gelijktijdig met de aangifte plaatsvinden.

  • Aanscherping renteaftrekbeperkingen

Er ligt ook sinds juni een voorstel om de renteaftrekbeperking op leningen van verbonden lichamen en op overnameschulden aan te scherpen. Een samenwerkende groep aandeelhouders kan voortaan ook als een verbonden lichaam worden aangemerkt zodat ook dan de renteaftrekbeperking kan worden toegepast.

Verder wil het kabinet zogenoemde ‘debt push down’-structuren aanpakken. In dat soort structuren wordt een lening ‘doorgeschoven’ naar de overgenomen vennootschap waardoor de renteaftrekbeperking niet van toepassing is. De wet wordt zodanig aangepast dat dit voortaan wel het geval is.

Daarnaast komen er regels om te zorgen dat overnameholdings niet steeds opnieuw gebruik kunnen maken van de zogenoemde 60%-financieringsregel. Deze regel houdt in dat de financiering maximaal 60% mag bedragen en in de opvolgende jaren moet worden afgebouwd tot 25%. Door de overgenomen vennootschap na die periode onder een nieuwe vennootschap te hangen, wordt bewerkstelligd dat opnieuw kan worden begonnen op het 60%-niveau. Een dergelijke opzet is na de wetswijziging niet langer toegestaan. Deze regeling is niet in de Miljoenennota vernoemd.

  • Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting vrijgestelde Vpb lichamen

Er wordt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting geïntroduceerd voor lichamen die (deels) niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. Deze inhoudingsvrijstelling wordt geïntroduceerd ter vermindering van de administratieve lasten. 

Commissarissen

  • Fictieve dienstbetrekking commissarissen

Tijdens de behandeling van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties in de Eerste Kamer kwam de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen aan de orde. Het bleek onduidelijk waarom deze fictie in de wet is opgenomen. De staatssecretaris van Financiën keurde daarom goed dat partijen er met ingang van 1 mei 2016 gezamenlijk voor kunnen kiezen om inhouding van loonheffing achterwege te laten. Ook is dan geen bijdrage Zorgverzekeringswet meer verschuldigd. Vanaf 1 januari 2017 is dit wettelijk bepaald. Daarna is het overigens nog wel mogelijk om de commissaris in de loonheffingen te houden, maar dan via de zogenoemde 'opting-in-regeling'.

Schenk- en erfbelasting

  • Reparatie arrest bedrijfsopvolgingsregeling

Er komt wetgeving om de gevolgen van een arrest van de Hoge Raad van eerder dit jaar met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsregeling te repareren. Deze wet stelt dat bij schenking of overlijden aanmerkelijkbelangaandelen zonder fiscale afrekening kunnen doorschuiven naar de bedrijfsopvolger(s) voor zover er sprake is van ondernemingsvermogen. De reparatiewetgeving houdt in dat aandelenbelangen in andere vennootschappen niet meer tot het ondernemingsvermogen kunnen worden gerekend. Dit heeft met name gevolgen voor (indirecte) aandelenbelangen kleiner dan 5%. Voor (indirecte) aandelenbelangen van ten minste 5% blijft de toerekeningsregel gelden, waardoor de bezittingen van de werkmaatschappij aan de holding worden toegerekend. Deze regeling werkt mogelijk terug tot 1 juli 2016.

Loonbelasting

  • Afschaffen jaarloonuitvraag

De jaarloonuitvraag is in 2006 ingevoerd. Het handhaven is door vele doorgevoerde verbeteringen in de loonaangifteketen niet meer noodzakelijk. Het voorstel is om dit af te schaffen.

Omzetbelasting

  • Vereenvoudig belastingteruggaaf oninbare vorderingen

Het kabinet heeft de regels voor een verzoek om btw-teruggaaf bij oninbare debiteuren vereenvoudigd. Als uw debiteuren één of meerdere facturen niet of gedeeltelijk betalen, mag u de btw terugvragen bij de Belastingdienst. Per 2017 bestaat het recht op teruggaaf indien u de vergoeding één jaar na opeisbaarheid niet of niet volledig heeft ontvangen. De btw kunt u dan via de btw-aangifte terugvragen.
De introductie van de nieuwe regeling voorkomt discussie met de Belastingdienst over de vraag of en wanneer vaststaat dat uw afnemer niet meer zal betalen. Ook is een apart verzoek bij de Belastingdienst niet meer nodig en wordt de termijn waarbinnen u de btw terugkrijgt sterk verkort. 

Overdrachtsbelasting

  • Samenloopvrijstelling begrip bouwterrein btw

Door de aangekondigde wijziging van het begrip 'bouwterrein' in de Nederlandse btw-wetgeving is het niet langer nodig om de samenloopvrijstelling bij de verkrijging van een bouwterrein in een beleidsbesluit goed te keuren.
De levering van een bouwterrein is altijd belast met btw. De levering van onbebouwde grond die geen bouwterrein is, valt onder de vrijstelling, tenzij u opteert voor belaste levering. Ter voorkoming dat over de verkrijging van een bouwterrein naast btw ook overdrachtsbelasting (6%) betaald moet worden, geldt er een samenloopvrijstelling.
In de praktijk speelt de vraag of de samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting bij de verkrijging van een bouwterrein – dat enkel op grond van de Europese btw-richtlijn kwalificeert als bouwterrein – van toepassing is. Dit komt omdat voor de samenloopvrijstelling sprake moet zijn van levering van een bouwterrein in de zin van de Nederlandse wet.
De staatssecretaris heeft in een besluit goedgekeurd dat de samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting op verzoek kan worden toegepast als de verkrijging van een bouwterrein enkel op grond van de btw-richtlijn als bouwterrein kwalificeert. Die goedkeuring is na aanpassing van het begrip bouwterrein in de Nederlandse btw-wetgeving niet meer nodig.

Overige

  • UBO-register 

Het is niet altijd duidelijk wie de uiteindelijke achterliggende belanghebbenden (Ultimate Beneficial Owner, oftewel UBO) zijn bij bepaalde, veelal buitenlandse, entiteiten. Dit is niet wenselijk. Op EU-niveau is in dit kader regelgeving tot stand gebracht die door de lidstaten moet worden geïmplementeerd in de nationale wetgeving. Het belangrijkste is dat deze UBO’s worden geïdentificeerd; het gaat bijvoorbeeld om degenen die directe of indirecte belangen hebben van ten minste 25% in een juridische entiteit. Indien men als UBO wordt aangemerkt, wordt dit vastgelegd in een register dat bijgehouden wordt in het Handelsregister. Het register is in principe openbaar, maar er worden wel enkele privacywaarborgen ingebouwd. De wetgeving moet uiterlijk op 26 juni 2017 in werking treden.

Wilt u meer weten over het Belastingplan 2017? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Jason