Staatssteun tijdens de coronacrisis

20 mei 2020
Artikel

De uitbraak van het coronavirus heeft grote gevolgen voor de economie. Om deze gevolgen te verkleinen, heeft de Nederlandse overheid een noodpakket voor banen en economie vastgesteld. Dit noodpakket bestaat uit een aantal tijdelijke financiële regelingen om de gevolgen van de crisis voor ondernemers te compenseren. Een tweede noodpakket is zelfs al in ontwikkeling. Naast de Rijksoverheid worden ook gemeenten en provincies door ondernemers benaderd met verzoeken om compensatie of doorbetaling. Ook zij kunnen ondernemers tegemoetkomen, maar lopen tegen de grenzen aan van het staatssteunrecht. We zetten de hoofdlijnen hiervan op een rij.
 

Portretfoto van Reinier-John Koopman
Neem contact op met:
Reinier-John Koopman Jurist ondernemingsrecht
agenda

De hoofdregel

De hoofdregel is helder, coronacrisis of niet. Ieder (financieel) voordeel dat aan een bepaalde onderneming wordt verstrekt en dat invloed heeft op de mededinging tussen de Europese lidstaten, levert in principe verboden staatssteun op en moet worden gemeld bij de Europese Commissie.
Vanwege de uitbraak van het coronavirus heeft de Europese Commissie al op 13 maart 2020 voorbeelden gegeven van steun die niet hoeft te worden gemeld:

  • Maatregelen die voor álle ondernemingen gelden, zoals loonsubsidies (bijvoorbeeld de NOW) en opschorting van belastingverplichtingen, vallen niet onder het staatssteunverbod. 
  • Ook financiële steun die niet aan ondernemingen, maar rechtstreeks aan consumenten wordt verleend, bijvoorbeeld voor geannuleerde vakanties, valt buiten het staatssteuntoezicht.

Bestaande uitzonderingen

Om de gevolgen van de coronacrisis te compenseren, kunnen overheden ook een beroep doen op de al bestaande uitzonderingen op het staatssteunrecht:

  • Op grond van een algemene uitzondering mag een onderneming € 200.000 ontvangen over een periode van drie jaar.
  • In de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) worden een groot aantal steuncategorieën vrijgesteld van melding bij de Europese Commissie.

Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun

In aanvulling op alle bovenstaande mogelijkheden heeft de Europese Commissie vanwege de coronacrisis een tijdelijke kaderregeling voor staatssteun gepubliceerd.

Volgens dit tijdelijke steunkader mag steun worden verleend aan ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren als gevolg van de coronacrisis. Deze regeling geldt tot en met 31 december 2020.
Zo mogen overheden op grond hiervan rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen of terugbetaalbare voorschotten verlenen, onder de volgende voorwaarden:

  1. De steun mag niet meer bedragen dan € 800.000 per onderneming (voor de landbouwsector € 100.000 en voor de visserijsector € 120.000).
  2. De steun moet de vorm van een regeling met een begroting hebben. Ad-hoc-steun is dus niet toegestaan.
  3. Alleen ondernemingen die voor 31 december 2019 niet in moeilijkheden waren en die dus in de problemen zijn gekomen door het coronavirus, mogen worden gesteund.
  4. De steun wordt uiterlijk op 31 december 2020 verleend.

Daarnaast mogen overheden onder voorwaarden garanties of rentesubsidies voor leningen verstrekken en mogen overheden steun verlenen voor garanties en leningen die worden verstrekt via kredietinstanties of andere financiële intermediairs.
De steunmaatregelen die op het tijdelijke steunkader worden gebaseerd, moeten vooraf ter goedkeuring aan de Europese Commissie worden voorgelegd. Hierin maakt het niet uit of deze nu door de Rijksoverheid of door decentrale overheden worden opgesteld. De Europese Commissie behandelt de meldingen die vallen onder dit speciale steunkader met grote spoed.

Noodmaatregelen van de Rijksoverheid

Het eerste steunpakket van de Rijksoverheid is inmiddels in werking getreden. Zoals de NOW: een regeling die tot negentig procent van de loonkosten van werkgevers vergoedt. Voor zzp'ers is er de Tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers).

Voor bepaalde sectoren, zoals de horeca en het toerisme, geldt de TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19), op grond waarvan gedupeerde ondernemers een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 kunnen ontvangen. Ook nam de Rijksoverheid een aantal belastingmaatregelen en staat zij borg voor de kredieten aan ondernemers, zodat deze makkelijker geld kunnen lenen.

Steun door decentrale overheden?

Niet alleen de Rijksoverheid, maar ook decentrale overheden worden door marktpartijen benaderd met het verzoek hen te compenseren voor de gevolgen van de coronacrisis. Dit gebeurt zowel door lokale ondernemers als door contractspartijen van deze decentrale overheden.

Als decentrale overheden een dergelijk verzoek krijgen, moeten zij in de eerste plaats nagaan of de betreffende ondernemers hun verliezen niet al via een landelijke regeling vergoed (kunnen) krijgen. Het dubbelop compenseren van dezelfde kosten zou namelijk kunnen vallen onder staatssteun. 

Als de betreffende kosten niet gecompenseerd worden door een landelijke regeling, staat het decentrale overheden vrij om binnen de grenzen van het staatssteunrecht compensatie vanuit hun eigen middelen te verstrekken. Dat kan door toepassing van de bestaande reguliere vrijstellingen of met een beroep op de AGVV. 
Het verstrekken van steun, bijvoorbeeld in de vorm van een subsidie, op grond van het tijdelijke steunkader, kan alleen als de regeling is goedgekeurd door de Europese Commissie. Ook hier geldt dat het verstrekken van ad-hoc-steun aan een specifieke ondernemer niet mogelijk is op grond van het tijdelijke steunkader.

Doorbetalen van contractspartijen

Een kwestie die hiermee samenhangt, is het doorbetalen van contractspartijen van de overheid. Sinds de aanvang van de coronacrisis worden (vooral) gemeenten opgeroepen om hun contractspartijen, in ieder geval voor een deel, te blijven doorbetalen. Ook als er geen (afdoende) tegenprestatie wordt geleverd.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de zorgsector. Voor het doorbetalen van zorgaanbieders hebben veel gemeenten inmiddels regelingen getroffen. Dezelfde oproep is gedaan door aanbieders van vervoer.

Grondslag voor de (door)betaling

Het is volledig begrijpelijk dat overheden bereid zijn om aan een dergelijk verzoek tegemoet te komen, maar de juridische grondslag voor steun moet wel kloppen.

Is het een voorschot op basis van een bestaande overeenkomst? In dat geval zal de overheid een tijdelijke aanvulling of wijziging op het bestaande contract moeten overeenkomen. Hieraan zitten ook aanbestedingsrechtelijke aspecten.

Of wil de overheid de ‘doorbetaling’ baseren op een subsidie? Dat kan in principe alleen als de er een subsidieregeling is opgesteld, die bij de Europese Commissie moet worden aangemeld.
Tot slot: let bij steunverlening op de staatssteunregels. In tijden van corona wordt vanzelfsprekend een groot belang gehecht aan het voortbestaan van ondernemers in het algemeen en van contractspartijen van de overheid in het bijzonder.

Bij het nemen van beslissingen om een (lokale) ondernemer of een contractspartij te steunen, is het van belang om ook de juridische aspecten in acht te nemen. In het bijzonder de staatssteunregels. Deze staatssteunregels bieden voldoende mogelijkheden om ondernemers op rechtmatige wijze te steunen.

Meer informatie of advies?

De juristen van ABAB Legal helpen u graag. Neem contact op met Reinier-John Koopman, jurist ondernemingsrecht, via telefoonnummer 073-6465348 of stuur Reinier-John een mail.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Reinier-John