Vijf vragen over financiële planning

6 september 2018
Artikel

Op 4 september 2018 vond het webinar ‘Grip op uw financiële toekomst’ plaats. Tijdens het webinar zijn veel vragen gesteld. Hieronder vindt u een overzicht van vijf veelgestelde vragen.

Portretfoto van Frank Kuijpers
Frank Kuijpers Senior belastingadviseur
Stapel muntgeld

1. Hoe bouwt u het best vermogen op voor de toekomst?

De beste manier om vermogen op te bouwen voor de toekomst is om daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen en dan gestructureerd (liefst maandelijks) een vast bedrag apart te zetten. Met de huidige rentestanden gaat het met een spaarrekening waarschijnlijk niet lukken om voldoende vermogen op te bouwen.

U moet dus keuzes maken om meer rendement te halen uit het gespaarde geld. In de praktijk komt het dan vaak neer op het aankopen van te verhuren vastgoed (woningen of bedrijfspanden) of beleggen op de beurs. Ondernemers geven dan vaak de voorkeur aan vastgoed, omdat dit tastbaar is.

Vanuit financiële planning heeft het de voorkeur om in ieder geval te zorgen voor een goede spreiding tussen vermogenssoorten. Wanneer het vermogen van een klant al voor een groot deel uit onroerende zaken bestaat, is het beter om niet nog meer in vastgoed te beleggen. Door te kiezen voor een goed gespreide aandelenportefeuille verlaagt u het risico en behoudt u ongeveer eenzelfde rendementsverwachting.

2. Kan ik mijn lijfrentepolissen flexibel inzetten?

Ja, dat kan. Binnen de fiscale regels zijn er behoorlijk wat mogelijkheden om te sturen op het moment en de hoogte van lijfrente-uitkeringen. Deze mogelijkheid is er vooral ná het bereiken van de AOW-leeftijd. Na de AOW-leeftijd mag er gekozen worden tussen een uitkeringstermijn van minimaal 5 of maximaal 20 jaar. Bij een looptijd korter dan 20 jaar geldt wel een maximum uitkering van ongeveer € 21.000 per jaar.

Vóór de AOW-leeftijd zijn de exacte mogelijkheden afhankelijk van welk lijfrenteregime van toepassing is. Lijfrenten van vóór 2006 mogen nog in een paar jaar vóór de AOW-datum uitgekeerd worden. Polissen van vóór 1992 zijn het meest flexibel, deze mogen zelfs in één keer uitgekeerd worden of bijvoorbeeld geschonken worden aan de kinderen.

Het is belangrijk om bij de optimalisatie van lijfrente-uitkeringen niet alleen naar de fiscale optimalisatie te kijken, maar ook naar het moment waarop de uitkeringen het best passen qua inkomen. Het kan fijner zijn om op 70-jarige leeftijd een hogere uitkering te hebben met iets meer belasting, dan op 85-jarige leeftijd een hoge uitkering met lage belastingheffing.

Het flexibel inzetten van lijfrenten mag zowel bij lijfrentepolissen van een verzekeraar of bank als bij lijfrenten van de eigen bv.

3. Is financiële planning alleen van toepassing op een hoog vermogen?

Nee, financiële planning kan ook bij lagere vermogens en wordt ook bij particulieren toegepast.

Bij hogere vermogens ligt de nadruk vooral op fiscale optimalisatie, vermogensstructurering en -overdracht. Bij lagere vermogens ligt de nadruk vooral op het goed in beeld krijgen van de toekomstige inkomenspositie en hoe het gewenste inkomen gerealiseerd kan worden.

Persoonlijk ben ik daarom van mening dat financiële planning bij lagere vermogens eigenlijk nog belangrijker is dan voor hoge vermogens.

4. Wat heb ik aan vermogen nodig om te kunnen stoppen met werken?

Dat is een hele lastige vraag en volledig afhankelijk van de persoonlijke situatie. Het antwoord op deze vraag is vooral afhankelijk van de gewenste leeftijd om te stoppen, de (gewenste) maandelijkse uitgaven en het rendement op het vermogen.

Om toch enig inzicht te geven, een voorbeeld:
Vanaf de AOW-leeftijd wordt ongeveer € 1.500 netto in de maand ontvangen. Als het de wens is om maandelijks € 3.500 netto besteedbaar te hebben, moet er € 2.000 per maand extra zijn. Voor een periode van 20 jaar en 1,5% inflatie is er met de huidige lage rendementen al snel een vermogen nodig van € 400.000 tot € 500.000.

Wilt u stoppen vóór de AOW-leeftijd? Dan neemt dit bedrag snel toe. Voor iedere maand dat u eerder stopt, is er ongeveer € 3.500 nodig. Op jaarbasis is dat € 42.000. Om vijf jaar eerder te stoppen, moet er dan ruim € 200.000 extra zijn.

Vraag 5: Wat houd ik uiteindelijk netto over van het vermogen in mijn bv?

Over het vermogen dat u in uw bv heeft opgebouwd, moet u nog belasting betalen als u het naar privé haalt. Deze belasting is de zogenaamde aanmerkelijkbelangheffing in box 2 en bedraagt 25% (met een geplande verhoging naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021).

Als u verplicht bent om pensioen- of lijfrente-uitkeringen te doen, kan de belastingheffing nog hoger zijn. De uitkeringen worden in privé namelijk belast in box 1. Het belastingtarief in box 1 is afhankelijk van het totale inkomen, maar kan oplopen tot 52%. In het minst gunstige geval moet er dus nog ongeveer 50% belasting betaald worden over het in de bv opgebouwde vermogen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Frank
Portretfoto van Frank Kuijpers
Senior belastingadviseur
Bel
0413-336505
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan