Onduidelijkheid over nieuwe verliesverrekeningsregels vennootschapsbelasting

7 juli 2021
Artikel

Per 1 januari 2022 wijzigen de verliesverrekeningsregels in de vennootschapsbelasting. De termijn van verliesverrekening wordt onbeperkt; er komt wel een maximum aan het te verrekenen verlies in een jaar. De uitwerking hiervan roept vragen op.

Portretfoto van Robert Gall
Neem contact op met:
Robert Gall Senior belastingadviseur
laptop  met grafieken

Verliesverrekening per 1 januari 2022

Per 1 januari 2022 kan verrekening van verliezen één jaar achterwaarts en onbeperkt voorwaarts plaatsvinden. Hierbij gaat een beperking gelden voor het maximaal te verrekenen verlies in een jaar. Zo mogen verliezen nog maximaal volledig verrekend worden met de winst tot € 1 miljoen per jaar. Bij winsten boven de € 1 miljoen zijn verliezen slechts voor 50% verrekenbaar. 

Hoewel de regeling op het oog duidelijk lijkt, roept die in de praktijk veel vragen op.

Fiscale eenheid

In de vennootschapsbelasting bestaat de mogelijkheid om een fiscale eenheid te vormen. Dit heeft voor- en nadelen. Voor de wijze van verrekening van verliezen binnen een fiscale eenheid, in het bijzonder verliezen die zijn ontstaan vóór de fiscale eenheid, gelden speciale regels. Is er sprake van deze zogenoemde voorvoegingsverliezen bij een vennootschap die onderdeel is van een fiscale eenheid? Dan vindt eerst horizontale verliesverrekening plaats. Dit betekent dat eerst de winsten en verliezen van de vennootschappen in de fiscale eenheid in het boekjaar met elkaar verrekend worden. Hierbij worden verliezen zo veel mogelijk in mindering gebracht op de winsten van de maatschappijen die geen voorvoegingsverlies hebben. Een daarna resterend deel van het verlies wordt verrekend met de maatschappijen met voorvoegingsverliezen, naar verhouding van de winsten van die maatschappijen.

De gewijzigde verliesverrekeningsregels gelden ook voor de verrekening van deze (voorvoegings-)verliezen. De vraag is of in dat geval optimaal gebruik kan worden gemaakt van de drempel van € 1 miljoen. De huidige tekst over de nieuwe verliesverrekeningsregels is niet duidelijk op dit punt. Verduidelijking of aanpassing vanuit de wetgever is hier op zijn plaats.

Hierdoor kunnen de nieuwe verliesverrekeningsregels ook van doorslaggevend belang zijn bij de vraag of het voordelig is om een fiscale eenheid te vormen. Concreet gaat het om de vraag of het meerdere keren benutten van de drempel van € 1 miljoen voordeliger is of dat de temporisering een positieve of negatieve impact heeft op de belastingdruk van alle vennootschappen samen. Dit is  maatwerk.

Kwijtscheldingswinstvrijstelling

Een ander probleem kan ontstaan bij toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling. Als een schuldeiser onder zakelijke voorwaarden afziet van het innen van een schuld bij de debiteur, dan valt deze schuld vrij. Dit leidt tot een belastbare bate bij de debiteur. Deze winst is vrijgesteld als is voldaan aan de voorwaarden voor de kwijtscheldingswinstvrijstelling. Onder deze vrijstelling valt alleen het deel dat hoger is dan de openstaande verrekenbare verliezen. Verliezen uit het verleden en in het jaar zelf moeten dus eerst worden ‘opgegeten’ voordat de vrijstelling toepassing vindt.

Doel van deze vrijstelling is om de continuïteit van de onderneming bij een financiële reorganisatie niet te belemmeren. De nieuwe verliesverrekeningsregels frustreren dit doel. Het volgende voorbeeld illustreert dit:

De belastbare winst door kwijtschelding bedraagt € 4 miljoen. De nog te verrekenen verliezen bedragen eveneens € 4 miljoen. Door toepassing van de nieuwe verliesverrekeningsregels kan ‘slechts’ € 2,5 miljoen (€ 1 miljoen + 50% x € 3 miljoen) worden verrekend. Hierdoor resteert er een belastbaar bedrag van € 1,5 miljoen.

De vraag is of deze uitwerking de bedoeling van de wetgever is. Wij hopen daarom dat het ministerie van Financiën dit op korte termijn verduidelijkt.

Compenserende heffingstoets bij leningen van verbonden lichaam of personen

Als er sprake is van een lening van een verbonden persoon of lichaam die samenhangt met een ‘besmette’ rechtshandeling, dan is de rente in beginsel niet aftrekbaar. Er geldt echter een tegenbewijsregeling, waardoor de renteaftrekbeperking niet van toepassing is. Bijvoorbeeld als de betaalde rente bij de ontvanger naar een redelijk tarief belast is en deze ontvanger geen verrekenbare verliezen of soortgelijke aanspraken heeft.

Er ontstaat onduidelijkheid op het moment dat een geldverstrekker zich door de nieuwe regels in een belastbare positie vindt, terwijl er nog te verrekenen verliezen zijn. Bij de nieuwe verliesverrekening kan deze situatie namelijk ontstaan: als de belastbare winst hoger is dan € 1 miljoen, zodat de beschikbare verliezen niet volledig verrekend kunnen worden. De vraag is dan of in dat geval wordt voldaan aan de tegenbewijsregeling. Dit is tot op heden onduidelijk.

Geruisloze terugkeer uit de bv

In de wet bestaat de mogelijkheid om zonder directe heffing van vennootschapsbelasting over de fiscale meerwaardes terug te keren vanuit een bv naar haar aandeelhouder(s). Voorwaarde hierbij is dat de meerwaardes verplicht vrijvallen voor zover er compensabele verliezen aanwezig zijn bij de bv. Dit zorgt ervoor dat op het moment van terugkeer zo veel mogelijk verliezen in aanmerking worden genomen. De nieuwe verliesverrekeningsregels frustreren dit. Als de wetgever hierover niets regelt, dan kunnen er, als gevolg van de temporisering, meer compensabele verliezen overblijven in de bv die dan overgaan naar haar aandeelhouder(s). De voortzettende aandeelhouder(s) kan/kunnen deze in aanmerking nemen als ondernemingsverliezen.

Gevolgen jaarrekening

Tot slot kan de wijziging van de verliesverrekening een positief effect hebben op de fiscale belastingpositie in de jaarrekening: omdat verliezen niet meer kunnen ‘verdampen’, kan de actieve latentie vanwege deze verliezen hoger uitvallen. Dit leidt mogelijk tot toenemende complexiteit rondom het waarderen van de actieve belastinglatentie in de jaarrekening. Vanwege de temporisering van de verliesverrekening is het namelijk lastiger om aannemelijk te maken in hoeverre een actieve belastinglatentie gevormd kan worden.

Onduidelijkheden

De nieuwe verliesverrekeningsregels in de vennootschapsbelasting zorgen op een aantal punten voor onduidelijkheid. Ook voor de praktijk staan nog vragen open en het is niet helder hoe deze regels in bepaalde situaties uitwerken. Het is afwachten of en wanneer de wetgever zorgt voor de broodnodige verduidelijking.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de nieuwe verliesverrekeningsregels en de gevolgen voor uw onderneming? Neem contact op met Robert Gall, senior belastingadviseur, via e-mail.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Robert
Aanmelden nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Meld u direct aan