Onbebouwd gegrond?

13 juni 2017
Blog

In een recente uitspraak oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat grond waarop zich een muur en een fundering bevonden, kwalificeerde als de levering van een bouwterrein en dus btw-belast is.

 

Portretfoto van Robbert-Paul van der Velde
geschreven door:
Robbert-Paul van der Velde Senior belastingadviseur
Bouwvakkers

Het hof toetste daarbij aan de inmiddels bekende arresten van het Europese Hof van Justitie, die bekendstaan als het Don Bosco-arrest en het Maasdriel-arrest. Het belang van dit oordeel is groot voor de huidige praktijk. Immers, alleen onbebouwde grond kan kwalificeren als bouwterrein. Dit is ook het geval onder de huidige definitie van een ‘bouwterrein’.

Vrijgesteld van btw?

Het oordeel van het hof had betrekking op de levering van grond waarop zich restanten bevonden van gebouwen. Deze restanten bestonden uit een fundering van een muur en een transformatorhuisje. In de overeenkomst kwamen partijen overeen dat voor de levering btw verschuldigd was. De verkoper voldeed de btw niet, waarna de Belastingdienst tot naheffing overging. Het hof stelde allereerst vast dat er geen sprake was van de overdracht van een algemeenheid van goederen. Vervolgens ging het hof in op de stelling van belanghebbende dat de levering was vrijgesteld van btw. 

Definitie

Volgens het Maasdriel-arrest vallen onder de nationale definitie ‘bouwterrein’ alle onbebouwde gronden die bestemd zijn als ondergrond van een opstal en om te worden bebouwd. Deze bestemming kan blijken uit een wilsverklaring van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens. Tot die gegevens behoort onder andere de eventuele verplichting van de verkoper om zorg te dragen voor de sloop van de gebouwen. 
De sloopverplichting van de verkoper leidde in het Don Bosco-arrest ertoe dat in wezen onbebouwde grond was geleverd. Het Europese Hof oordeelde dat de sloop van de opstallen geen afzonderlijke prestatie vormde van de verkoper maar opging in de levering van de grond. De verkoper leverde dus  geen bebouwde grond, maar onbebouwde grond. Deze onbebouwde grond kwalificeerde als bouwterrein, zoals het Hof van Justitie dit in het Maasdriel-arrest verder uiteenzette.

Onbebouwde grond

Beide arresten brachten hof Amsterdam tot  het oordeel dat belanghebbende een bouwterrein had geleverd. Het hof wees er hierbij op dat de grond was geleverd met het oogmerk om gezamenlijk een omvangrijk nieuwbouwproject te realiseren. Daarmee stond volgens het hof vast dat de grond daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd en dat eventuele nog resterende bebouwing zou worden gesloopt. Gelet op de gezamenlijke plannen kwam deze sloop voor gezamenlijke rekening van belanghebbende en koper. Deze omstandigheden leidden er volgens het hof toe dat belanghebbende een bouwterrein had geleverd.
Het hof motiveerde de stap naar onbebouwde grond door vast te stellen dat de sloop voor gezamenlijke rekening van belanghebbende en de koper kwam. Het hof motiveerde evenwel niet waarom deze omstandigheid ertoe leidde dat onbebouwde grond werd geleverd. De verwijzing naar het Don Bosco-arrest maakt dit naar mijn mening niet anders. In het Don Bosco-arrest was immers sprake van een sloopverplichting van de verkoper.

Hopelijk heeft belanghebbende cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het hof. Voor de rechtsontwikkeling zou de rechtsopvatting van het hof getoetst moeten worden door de Hoge Raad. Zeker gelet op de huidige definitie ‘bouwterrein’ is van groot belang dat op juiste gronden wordt beoordeeld of er sprake is van onbebouwde grond. 

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Robbert-Paul
Portretfoto van Robbert-Paul van der Velde
Senior belastingadviseur
Bel
0115-677631
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan