Meer duidelijkheid over parallelliteit tussen leningen

17 februari 2020
Artikel

Enige tijd geleden deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak over parallellie tussen leningen bij toepassing van een renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting. Op het moment dat sprake is van ‘parallelliteit’, is de rente mogelijk toch aftrekbaar. Onlangs heeft de Rechtbank Den Haag dit begrip verder vorm gegeven: niet alleen is de fiscaalrechtelijke benadering van belang, ook moet het civiele recht worden meegenomen in de beoordeling.

Portretfoto van Robert Gall
Neem contact op met:
Robert Gall Senior belastingadviseur
parallelliteit

Parallellie tussen leningen

Zoals wij u eerder informeerden kent Nederland een renteaftrekbeperking bij groepsfinancieringen die verband houden met een zogenaamde ‘besmette’ rechtshandeling. Dit kan anders zijn als de verstrekker van de (interne) lening de daarvoor benodigde middelen extern heeft gefinancierd. Als er in die situatie sprake is van voldoende parallellie tussen de (groeps-)lening en de externe financiering, is de rente in bepaalde gevallen wel aftrekbaar.

Volgens de Rechtbank Den Haag moet deze ‘parallelliteit’ zowel fiscaal- als civielrechtelijk worden beoordeeld. Dit betekent dat de extern aangegane financiering ook in civielrechtelijke zin in samenhang  met de interne lening bekeken moet worden.

De feiten

In de betreffende zaak ontving een Nederlandse bv een groepsfinanciering van een Luxemburgse groepsmaatschappij; de bv gebruikte deze lening voor een besmette transactie. De middelen om de financiering aan de bv te kunnen verstrekken had de Luxemburgse vennootschap verkregen door de uitgifte van zogeheten PEC’s (preferred equity certificates).

Parallelliteit

De rechter beoordeelt de PEC’s op basis van het Nederlandse civiele recht en komt tot de conclusie dat deze zijn aan te merken als certificaten van aandelen en dus als eigen vermogen. Ze vormen dan geen lening. Als gevolg daarvan is er ook geen sprake van het aangaan van een externe lening om deze binnen de groep door te lenen, en dus geen sprake van parallelliteit.

De rente is hierdoor in Nederland niet aftrekbaar, tenzij de bv aannemelijk maakt dat aan de schuld en de daarmee verband houdende rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. De Rechtbank komt tot de conclusie dat er sprake was van een onzakelijke omleiding van de geldstroom en dat er geen overwegend zakelijke motieven zijn voor de lening en de manier waarop deze is vorm gegeven. De laatste strohalm voor de bv is dan nog de zogenaamde compenserende heffing: als de door de bv betaalde rente bij de ontvanger effectief is belast met een tarief van 10% of meer, dan is de rente alsnog aftrekbaar. De bv in deze zaak kon de Rechtbank er echter niet van overtuigen dat dit hier aan de orde was, zodat er volgens de rechter geen sprake was van een compenserende heffing. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de aan de Luxemburgse groepsmaatschappij betaalde rente bij de bv niet aftrekbaar is.

Zoals uit deze zaak weer blijkt, is de financiering van ondernemingen vanuit fiscaal perspectief ingewikkelde materie. Laat u daarom goed adviseren door uw ABAB-belastingadviseur, voordat u een financieringsstructuur op zet binnen uw onderneming.

Meer weten?

Wilt u meer weten over deze parallelliteit? Neem dan contact op met Robert Gall, senior belastingadviseur, via de mail.

Wilt u meer weten over deze parallelliteit? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Robert
Aanmelden nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Meld u direct aan