In 'Bijzonder Beheer' bij de bank is niet meer zo bijzonder

11 maart 2020
Artikel

Het aantal melkveehouders dat bij de bank onder 'Bijzonder Beheer' valt, groeide de afgelopen jaren. Cijfers van 25% en meer circuleren zelfs. Accountants willen wel geloven dat dit percentage kan kloppen, banken niet. Echter, het stempel 'Bijzonder Beheer' wordt tegenwoordig veel eerder opgeplakt dan voorheen. Zo bijzonder is het daarmee niet meer.

Portretfoto van Erik van Gorp
Neem contact op met:
Erik van Gorp Agrarisch bedrijfsadviseur
In 'Bijzonder Beheer' bij de bank, is dit wel zo bijzonder?

De term 'Bijzonder Beheer' doet menig agrarische ondernemer in stilte sidderen. Het is voor velen een nachtmerrie om hierin terecht te komen. In de stabiele sector met melkquotum en interventies was er tot een paar jaar geleden vaak écht iets aan de hand als melkveehouders dit stempel op kregen geplakt van hun bank. De laatste jaren is dat veranderd. Veel meer melkveehouders kregen een schrijven van hun bank dat zij onder 'Bijzonder Beheer' kwamen te vallen of zoals het tegenwoordig bij de Rabobank wordt betiteld: 'Intensieve Begeleiding'.
Percentages van wel 25% of meer worden genoemd. Zo groot zou de groep zijn bij onder ander Friese melkveehouders. Rick Hoksbergen van Alfa Accountants in Leeuwarden kent het genoemde percentage. Hij zegt er inmiddels niet meer van te schrikken. ''Zo’n tweederde van de melkveehouders kampt met financiële problemen. Die groep kun je ruwweg opdelen in drie categorieën'', licht Hoksbergen toe. ''1/3 van deze bedrijven vangt betalingsproblemen op met de spaarrekening. Zij hebben wel te lage inkomsten ten opzichte van de kosten, maar voelen (nog) niet directe pijn; bij 1/3 is de spaarrekening al leeg, zij voelen wel echt problemen. En de laatste 1/3 van deze groep weet amper dat zij onder ‘Bijzonder Beheer’ vallen. Zij ontvingen een bericht van hun bank, maar ervaren helemaal geen problemen.''

Hoog risicoprofiel

Die eerste en vooral die laatste categorie verdient nadere toelichting. Zij ervaren niet in directe zin betalingsproblemen, maar ontvangen in sommige gevallen toch een brief van de bank dat ze onder 'Bijzonder Beheer' of 'Intensieve Begeleiding' vallen. Dat heeft te maken met de berekening die banken hiervoor gebruiken. Bij de beoordeling van de exploitatie van een melkveebedrijf wordt er gekeken naar de korte en lange termijn prognose. Bij de lange termijn prognose is de bedrijfsspecifieke melkprijs vaak het vertrekpunt. Het uitgangspunt daarbij is de langjarig gemiddelde melkprijs die in Nederland 36 cent bedraagt. Daarnaast worden in de prognose de bedrijfsspecifieke kosten opgenomen. In deze kosten zitten ook de rentelasten. Voor de lange termijn wordt er gerekend met 4% rente. Het doel van deze rekenrente is dat banken willen voorkomen dat de onderneming bij stijgende rente in de problemen komt. Als een melkveebedrijf negatief uit zo’n analyse komt, stuurt de bank een brief met de mededeling dat het risicoprofiel dusdanig hoog is dat de onderneming onder 'Bijzonder Beheer' valt.

Lokale banken hadden meer vrijheid

''Dat klinkt in veel gevallen dus veel ernstiger dan het in werkelijkheid is'', zegt Hoksbergen. ''Ik wil de situatie niet bagatelliseren want sommige melkveehouders kampen dus echt met directe en aanhoudende betalingsproblemen, maar een grote groep ervaart dat anders. Ik ken klanten die driekwart jaar geleden zo’n brief van de bank ontvingen en nadien nooit weer iets hoorden. De brief van de bank moet in zo’n geval gewoonweg worden gezien als een early warning; een vinger aan de pols.''
Erik van Gorp van ABAB Accountants en Adviseurs deelt die opvatting. Ook hij ziet de afgelopen jaren een duidelijke toename aan bedrijven die van de bank een schrijven ontvangen. Of dat daadwerkelijk 25% of meer is, waagt hij wel te betwijfelen. Van Gorp wijst erop dat de Rabobank, nog altijd veruit de grootste financier onder melkveehouders, tot enkele jaren anders opereerde. Lokale banken hadden veel meer vrijheid dan tegenwoordig. ''Ik kan mij goed voorstellen dat de ene regionale bank voorheen wat ambitieuzer financierde dan de andere en dat dit tot procentuele verschillen leidt in hoeveel bedrijven die onder 'Intensieve Begeleiding' vallen nu de bank de normen heeft aangehaald én landelijk overal hetzelfde beoordeeld'', zegt Van Gorp. Hij bevestigt de rekenwijze van de banken met een vaste melkprijs. ''Deze is gebaseerd op de KWIN-norm en wordt jaarlijks bekeken en bijgesteld indien nodig geacht. Als een melkveehouder een bovengemiddelde melkprijs ontvangt, bijvoorbeeld door bovengemiddeld hoge gehalten in de melk of een weidepremie, wordt dat ook mee berekend. Deze rekenmethode is daarom op zich best goed te verdedigen, alleen vind ik de 4% rekenrente inmiddels onnodig hoog. De rente ligt immers al langere tijd op een veel lager niveau en ook met looptijden langer dan vijf jaar komt niemand tegenwoordig nog op 4%.''

Strengere normen voor banken

De reden dat banken tegenwoordig melkveebedrijven eerder als risicogevoelig aanmerken, komt ook door hogere normen die zij zelf van bovenop krijgen opgelegd. Denk aan de Centrale Bank en de Basel-akkoorden. ''Net zoals melkveehouders zich opwinden over toenemende druk en bemoeizucht vanuit instanties als de RVO, hoor je vergelijkbaar geklaag bij bankiers over de Centrale Bank'', zegt Hoksbergen.
De tweede reden dat meer melkveehouders door de bank worden aangeschreven is gewoonweg omdat de kosten inderdaad de laatste jaren duidelijk zijn gestegen en de inkomsten amper. ''Daar komt nog bij dat er op veel bedrijven op korte termijn nog forse investeringen moeten plaats vinden. Denk aan emissiearme vloeren in Brabant bijvoorbeeld'', zegt Van Gorp. ''Banken zien dat ook en voor hen is dat ook een zorg. Als een melkveebedrijf financieel nu niet zo lekker uitkomt, kan dat een reden zijn om een waarschuwing af te geven door zo’n bedrijf onder intensieve begeleiding te plaatsen.''

Intensiever contact

Eén van de zorgen die leven bij 'Bijzonder Beheer' is een acute verhoging van de rentetarieven. Volgens Hoksbergen en Van Gorp is die zorg vaak ongegrond. ''Meestal is het eerste jaar niet zo spannend'', licht Van Gorp toe. ''Wat er gebeurt is dat iemand van de bank vaker langs komt voor ‘intensiever’ contact. En meestal wordt gevraagd om meer cijfers te overleggen. De bank wil de klant zo pushen om bewust aan de slag te gaan met het verbeteren van de financiële positie van het bedrijf.''
Van Gorp en Hoksbergen adviseren klanten die een brief van de bank krijgen meestal die eerst eens letterlijk aan de kant te schuiven en zelf na te denken over hun bedrijf. Hoksbergen: ''Bij intensieve begeleiding weet je zeker dat je vragen krijgt. Zorg dat je je antwoord al klaar hebt.'' Ook Van Gorp adviseert vooral te zorgen het stuur in eigen handen te houden. ''Wat veel gebeurd, maar niet goed is, is in de weerstand schieten. Wie in de weerstand schiet, luistert niet meer naar wat aangedragen wordt door wie dan ook. Ik besef mij dat ik voor eigen parochie preek als ik zeg: schakel een adviseur in. Maar de ervaring leert dat dat vaak het beste werkt. Zo’n waarschuwende brief van de bank hoeft meestal geen reden voor acute zorgen te zijn, maar als je in de weerstand blijft hangen resulteert het daar vaak wel in. Dat is zonde en onnodig.''

De werkelijke situatie

Marijn Dekkers is sectorhoofd melkveehouderij bij de Rabobank. Hij zegt geen aantallen en percentage prijs te willen geven, maar herkent zich niet in de genoemde 25%. Ook stelt hij dat regionale verschillen, toe te schrijven aan de andere structuur die de Rabobank tot enkele jaren geleden hanteerde, niet naar voren komen uit de analyses van de bank zelf. Wel erkent Dekkers een duidelijke stijging de laatste jaren van het aantal bedrijven dat in 'Bijzonder Beheer' of 'Intensieve Begeleiding' werd geplaatst.
Dekkers zegt dat tot vorig jaar inderdaad volgens de toegelichte methode van de geschatte meerjarige-melkprijs en een 4% rekenrente werd berekend welke bedrijven een verhoogd risicoprofiel krijgen. ''Inmiddels kijken we naar de werkelijk situatie: wat voor leningen zijn er en wat voor rentepercentages zijn daarop van toepassing. Die uitgangspunten nemen we mee in onze berekening en komen dan inderdaad vaak lager dan een 4% rente uit. Dat maakt dat het aantal bedrijven die nu voor intensieve begeleiding in aanmerking komt de laatste tijd duidelijk is teruggelopen. Je moet daarbij niet vergeten dat wij wel een bepaalde marge in de risico’s moeten inbouwen. De rente kan immers stijgen en de melkprijs dalen.''

Lange termijn continuïteit

Als uit de analyses blijk dat een bedrijf een verhoogd risicoprofiel te verdienen, gaat de bank volgens Dekkers met deze melkveehouders in gesprek. ''Wij willen dan vooral van de ondernemer zelf horen hoe hij of zij zelf de toekomst ziet en hoe het runnen van het bedrijf daarin past. Aan 'Intensieve begeleiding' zitten niet direct zware consequenties verbonden, al denken boeren dat wel vaak. Sommigen denken zelfs dat gedwongen bedrijfsbeëindiging op de loer ligt, maar dat is totaal niet aan de orde. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: lange termijn continuïteit voor het betreffende melkveebedrijf.''
Pierre Berntsen is directeur Agrarische bedrijven van ABN AMRO en deelt de laatste opvatting van Dekkers. Berntsen zegt zich totaal niet te herkennen in een percentage van 25% van de bedrijven dat in bijzonder beheer zou vallen. ''Zeker bij onze bank ligt dan veel lager.''
Dat een klant die onder "Bijzonder Beheer" met hogere (rente)tarieven te maken krijgt, komt volgens Berntsen soms voor. ''Een krediet dat wordt beheerd door de afdeling 'Bijzonder Beheer' heeft een hoger risicoprofiel. De bank moet daarvoor extra kapitaal aanhouden en dat brengt hogere kosten met zich mee. Deze hogere kosten worden gedeeltelijk doorberekend aan de klant. Dat doen we door middel van een vast percentage over het kredietvolume. Dit percentage is voor iedere relatie gelijk. De bestaande tarieven worden in de regel ongewijzigd gecontinueerd.''

Rick Hoksbergen besluit te zeggen dat een bank nog altijd kijkt naar zekerheden, ondernemerschap en rendement. ''Dat doen alle banken. Maar waar voorheen de lokale bankman veel speelruimte had, is dat nu voorbij. En zo geldt het ook voor het jaarlijks toetsen van het risicoprofiel. Als uit de computeranalyse naar voren komt dat jij een verhoogd risicoprofiel hebt omdat je net wat minder goed draait, kom je tegenwoordig vlot in "Bijzonder Beheer" of "Intensieve begeleiding". Het is niet meer van deze tijd om daar dan direct van te schikken. Zie het als een waarschuwing. Een welkome waarschuwing wellicht zelfs. Het kan je helpen de boel beter op orde te krijgen.''

Rabobank strenger en minder flexibel?

In het veld wordt ook nog meer dan eens gesuggereerd dat de Rabobank veel strenger financieringsaanvragen beoordeeld en veel sneller bedrijven als verhoogd risicobedrijf aanmerkt dan ABN Amro en ING. Vooral bij de financiering van fosfaatrechten zou dit een rol spelen. De Rabo heeft als regel dat fosfaatrechten in vijf jaar afgelost moeten worden, omdat er in een sneller tempo meer om melkveebedrijven afkomt en omdat de fosfaatrechten wellicht niet langer dan enige jaren beperkend zijn.
Er zijn meerdere voorbeelden bekend van ING die aankoop van fosfaatrechten bij een totale lening met een looptijd van 30 jaar meefinanciert. Dit zou voor veel melkveehouders een reden zijn om over te stappen.
Rick Hoksbergen denkt dat deze verhalen nuancering verdienen. ''Ik ken ook verhalen van boeren waar flexibiliteit bij de Rabobank ook mogelijk was bij terugbetalen van een lening voor de aankoop van fosfaatrechten. En vergis je niet: de ABN Amro en ING nemen echt niet elk bedrijf over. Zij selecteren vrij scherp in wie ze wel en niet financieren.''

Serieuze zorgen voor deel bedrijven

Voor circa 1/3 deel van de bedrijven die momenteel financieel zwaar zitten, is het wel nodig zich zorgen te maken, zegt Rick Hoksbergen. ''Dit is de groep die de rekeningen momenteel maar nauwelijks kan betalen en waar weinig tot geen spaargeld meer over is als buffer. Wat als de melkprijs weer een keer gaat dalen? Ik ben bang dat de bank deze bedrijven dan niet meer de hand boven het hoofd houdt. De melkveehouders in deze categorie klagen dan wellicht dat de bank hen met de rug tegen de muur zet of laat vallen, maar de vraag is of dat dan klopt of dat zij nu tijdig moeten bijsturen.''
Daarbij is het volgens Hoksbergen vaak vooral zaak om duidelijk keuzes te maken in de bedrijfsvoering. ''Te vaak zie ik bijvoorbeeld nog melkveehouders met 15.000 kilo melk per hectare die volop duur voer aankopen om 11.000 kilo melk per koe te melken. Dat past niet en kost bijna altijd rendement.''

Dit artikel verscheen eerder in Melkvee nummer 2, 2020.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Erik
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen via onze maandelijkse e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan