Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht blijft in beweging

17 november 2016
Wet- en regelgeving

De meeste echtparen trouwen in Nederland zonder vooraf huwelijkse voorwaarden op te maken. Dat betekent op dit moment nog dat automatisch de gemeenschap van goederen voor hen geldt. De gemeenschap van goederen houdt in dat – in beginsel – alle bezittingen en schulden van beide partners gezamenlijk zijn. Zowel van voor het huwelijk als tijdens het huwelijk.

Handtekening

Momenteel ligt er een wetsvoorstel dat de omvang van de gemeenschap van goederen gaat beperken. Het is nog niet bekend wanneer de wet ingevoerd wordt.
Bent u gehuwd in gemeenschap van goederen? Dan kunnen er toch drie vermogens ontstaan:

  • gemeenschappelijk vermogen;
  • privévermogen van partner 1;
  • en privévermogen van partner 2.

Privévermogen ontstaat bijvoorbeeld door het ontvangen van een erfenis of schenking waarvoor een uitsluitingsclausule geldt.

Investeert de ene partner uit privévermogen in gemeenschappelijke goederen of privégoederen van de andere partner, dan ontstaat er een vergoedingsrecht voor de partner die uit privévermogen investeerde. Op 1 januari 2012 wijzigde de wet al op het gebied van het huwelijksvermogensrecht, toen hield de wijziging met name verband met de vergoedingsrechten.

Vergoedingsrechten op grond van de wet tot 1 januari 2012: nominaliteitsleer

Tot 1 januari 2012 bepaalde de wet als hoofdregel dat als er sprake was van een vergoedingsrecht, de vergoedingsvordering een nominale vordering was. Dat betekent dat de partner die investeert recht heeft op teruggave van het nominale (destijds geïnvesteerde) bedrag, waarover geen rente verschuldigd is en waarbij geen sprake is van meedelen in waardestijging- of daling van het goed dat met het privévermogen werd aangeschaft.

Vergoedingsrechten op grond van de wet na 1 januari 2012: beleggingsleer

Vanaf 1 januari 2012 bepaalt de wet als hoofdregel dat als er sprake is van een vergoedingsrecht, op die vergoedingsvordering de beleggingsleer van toepassing is. Dat houdt in dat de partner die investeert niet slechts recht heeft op teruggave van het nominale (destijds geïnvesteerde) bedrag, maar dat die partner ook meedeelt in de waardestijging- of daling van het goed dat met het privévermogen is aangeschaft.

De beleggingsleer geldt voor vergoedingsrechten die zijn ontstaan na 1 januari 2012. Op verkrijgingen die daarvóór plaatsvonden, blijft de nominaliteitsleer van toepassing en de tot dan toe ontwikkelde rechtspraak. In de verschillende situaties lopen de uitkomsten over wat de investerende partner terugkrijgt, uiteen.

Afwijken van de wet is mogelijk/contract gaat voor de wet

Partners kunnen afwijken van de wet. In huwelijkse voorwaarden werd en wordt vaak bepaald of de nominaliteitsleer of de beleggingsleer geldt. Met de aanstaande wetswijziging tot beperking van de gemeenschap van goederen verandert er niets aan de uitgangspunten met betrekking tot de vergoedingsrechten.

Echtscheiding

Vergoedingsrechten spelen met name in geval van een echtscheiding. Goede voorlichting bij echtscheiding (of op voorhand bij de investering) is belangrijk bij het bepalen van de hoogte van de vergoedingsvordering.