De Hoge Raad oordeelt: geen allocatiefunctie vereist voor payrollbedrijf

De allocatiefunctie is geen vereiste om te spreken van een uitzendovereenkomst. Dit sprak de Hoge Raad uit in de zaak Care 4 Care en StiPP op 4 november 2016. In deze zaak stond de vraag centraal of een werkgever pas een uitzendwerkgever is wanneer zij een zogenaamde ‘allocatiefunctie’ op de arbeidsmarkt vervult. Kort gezegd vervult een werkgever zo’n functie wanneer zij vraag en aanbod van tijdelijke arbeid bij elkaar brengt. Volgens het hoogste rechtscollege in Nederland valt de allocatiefunctie niet onder de wettelijke definitie van de uitzendwerkgever. Deze conclusie leidt ertoe dat ook andere gerelateerde ondernemingen, zoals detacheringsondernemingen met vast personeel en payrollondernemingen, onder het uitzendbegrip vallen. Wat zijn de gevolgen van de uitspraak voor de payrollbranche? Wij lichten ze toe.
 

Portretfoto van Geert Rouwet
geschreven door:
Geert Rouwet Jurist arbeidsrecht
Werkplek van een payrollbedrijf
  1. Verlicht ontslagregime
    Payrollondernemingen kunnen op basis van het arrest de eerste 78 weken van het dienstverband met de werknemer gebruikmaken van het uitzendbeding. Na afloop van de termijn heeft de werkgever de mogelijkheid de werknemer gedurende vier jaar, zes tijdelijke contracten aan te bieden. Kortom; de payrollwerknemer treedt in het uiterste geval pas na 5,5 jaar in vaste dienst. Het arrest is wat dat betreft opmerkelijk, wanneer dit wordt afgezet tegen de Ontslagregeling van de Wet Werk en Zekerheid. Hierin wordt namelijk vermeld dat een payrollmedewerker dezelfde ontslagbescherming heeft als een werknemer, die in dienst is bij de opdrachtgever. Door toepassing van het uitzendbeding zou deze regel omzeild worden. De Hoge Raad laat het aan de wetgever over hier een oplossing voor te zoeken. Het is afwachten of het kabinet de wet alsnog op dit punt gaat aanpassen
     
  2. ABU-cao en bedrijfstakpensioenfonds STIPP
    De payrollondernemingen vallen vanaf nu onder het bereik van de ABU-cao en het bedrijfstakpensioenfonds STIPP. Verwacht wordt dat het pensioenfonds payrollwerkgevers, die medewerkers nog niet laten deelnemen in de regeling, de komende periode confronteren met een naheffing pensioenpremies. Ook zullen payrollwerkgevers rekening moeten houden met controles van de Stichting Naleving cao voor Uitzendkrachten (SNCU) voor naleving van de ABU-cao.
     
  3. Sectorindeling 52
    Payrollbedrijven worden in beginsel ingedeeld in sector 52. Dit betekent dat zij de dure premies in deze sector moeten afdragen. Dit geldt niet wanneer de payrollonderneming aantoont dat haar werkzaamheden voor meer dan 50 procent aan een vaksector worden toegerekend. Financieel gezien heeft het arrest op dit onderdeel de nodige gevolgen voor het payrollbedrijf.

 

Wilt u meer weten over de uitspraak van de Hoge Raad of advies? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Geert
Portretfoto van Geert Rouwet
Jurist arbeidsrecht
Bel
024-6485817