Belastingheffing box 3 in ontwikkeling

13 juli 2017
Wet- en regelgeving

De staatssecretaris van Financiën heeft onderzoek laten doen naar de mogelijkheden om het vermogen in box 3 te belasten of beter aan te laten sluiten op het werkelijk behaalde rendement. Het rapport van dit (nadere) onderzoek is nu aan de Tweede Kamer aangeboden. Het meest haalbare en praktische lijkt een aanpassing aan de huidige forfaitaire regeling (de ‘vermogensmix’). 

 

Portretfoto van Jason Vollering
geschreven door:
Jason Vollering Belastingadviseur
stapel munten

Belangrijkste conclusie: aansluiting werkelijk rendement praktisch niet haalbaar

De belangrijkste conclusie van het vervolgonderzoek is dat de in het eerdere rapport beschreven varianten voor burgers, financiële instellingen en de Belastingdienst qua uitvoering structureel problematisch zijn. Deze varianten zijn een vermogensaanwasbelasting, een vermogenswinstbelasting en een forfaitaire heffing over de individuele vermogensmix. Een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting sluiten voor inkomen uit spaartegoeden en beleggingsproducten aan bij de werkelijke rendementen. Het verschil tussen beide varianten is het moment waarop belasting wordt geheven. Bij een vermogensaanwasbelasting worden de vermogensmutaties jaarlijks in de heffing betrokken. Bij een vermogenswinstbelasting worden de vermogensmutaties belast op het moment van realisatie. Langdurig uitstel van belastingheffing is bij deze laatste optie mogelijk. Dat kan leiden tot sterk wisselende belastingopbrengsten. Een vermogensaanwasbelasting voorkomt uitstel van belastingheffing, maar leidt tot wisselende belastinginkomsten, doordat waardemutaties direct doorwerken in de heffing. 

Haalbare variant: aanpassing huidige forfaitaire regeling

De meest haalbare variant lijkt een aangepaste versie van de huidige forfaitaire regeling. Aanpassingen van rendementspercentages, de gewichten van sparen en beleggen in de vermogensmix per vermogensschijf, de lengte van de vermogensschijven, het heffingvrije vermogen en het proportionele tarief zijn relatief eenvoudig aan te brengen. Op die manier wordt beter aangesloten bij het werkelijke rendement. Dergelijke wijzigingen kunnen op korte termijn worden doorgevoerd. Kleine spaarders kunnen worden ontzien door:
•    het heffingvrije vermogen te verhogen; 
•    het forfaitair rendement sneller te laten aansluiten op de actuele rendementen; 
•    in de eerste vermogensschijf alleen het spaarrendement in aanmerking te nemen. 

Het aanpassen binnen het huidige systeem zou door opname in het Belastingplan 2018 per 1 januari 2018 al kunnen gebeuren.

Kabinetsreactie

De staatssecretaris heeft nog geen commentaar gegeven over de inhoud van het rapport. De definitieve keuze voor een heffing in box 3, die beter aansluit bij de werkelijk behaalde rendementen, moet door een nieuw kabinet gemaakt worden. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen van de (voorgenomen) belastingheffing in box 3.  

Wilt u meer weten over de belastingheffing in box 3? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Jason