Bedrijfsopvolgingsregeling onder spanning

31 mei 2022
Artikel

Het Centraal Plan Bureau (CPB) voerde een evaluatie uit van de fiscale regelingen rondom bedrijfsopvolging. Op 25 mei 2022 werd het rapport gepubliceerd. We zetten de belangrijkste conclusies op een rij.

Portretfoto van Bert van den Kerkhof
Neem contact op met:
Bert van den Kerkhof Hoofd vaktechniek Belastingadvies
Bedrijfsopvolgingsregeling onder spanning

Het CPB voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Financiën en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het onderzoek richtte zich in het bijzonder op de faciliteiten voor de erf- en schenkbelasting (BOR) en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting.

De centrale vraag was in welke mate de huidige regelingen noodzakelijk, doeltreffend en doelmatig zijn. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een literatuurstudie en gesprekken met experts en stakeholders. Daarnaast deed men een kwantitatieve analyse op basis de aangiften schenk- en erfbelasting. De onderzoekers beschikten over te weinig gegevens om een analyse van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting te maken.  

Conclusie CPB

Het CPB concludeert in haar rapport dat de BOR doeltreffend is in de zin dat de erf- en schenkbelasting (vrijwel) geen gevaar meer vormt voor de continuïteit van ondernemingen. Deze conclusie is niet vreemd. De erf- en schenkbelasting over ondernemingsvermogen komt immers door de hoge vrijstelling nagenoeg geheel te vervallen. Daardoor kan deze nauwelijks een bedreiging vormen voor de continuïteit van ondernemingen. 
Vervolgens concludeert het CPB dat bij een substantieel deel van de overdrachten de BOR niet noodzakelijk is, doordat er bij de erflaters, schenkers en/of verkrijgers voldoende vrije middelen aanwezig zijn om de belasting direct volledig te voldoen. Met andere woorden: de hoge vrijstellingen die nu worden verleend van 100% over een bedrag van € 1.134.403 en 83% over het meerdere zijn volgens het CPB niet noodzakelijk.

Waarderingsfiscaliteit

Deze conclusie wordt gelukkig enigszins afgezwakt door de constatering van het CPB over de waarderingsfaciliteit. Die zorgt ervoor dat de belastingheffing beter aansluit bij de waarde die de verkrijger daadwerkelijk aan de onderneming ontleent. Bij dit deel van de faciliteit (dat voorafgaat aan de overige vrijstellingen) wordt het verschil tussen de vrije waarde en de waarde going concern vrijgesteld. Met name voor de landbouw is het behoud van deze waarderingsfaciliteit van levensbelang.
Het afschaffen van de waarderingsfaciliteit zou volgens het CPB een extra prikkel geven om laagrenderende ondernemingen te liquideren in plaats van voort te zetten, terwijl het doel van de BOR juist is om ondernemingen te continueren. Deze opmerking van het CPB  sluit aan bij de omstandigheid waaronder bedrijfsoverdrachten in de agrarische sector plaatsvinden. In de meeste gevallen gaat het bij de vaststelling van de overnameprijs bij de bedrijfsoverdracht over de financieringsruimte binnen de onderneming. Bij welke financieringslast kan de bedrijfsopvolger nog een lonende exploitatie realiseren? Onder een dergelijke omstandigheid is er geen ruimte voor belastingheffing.

Politiek

Op dit vlak zou het weleens kunnen gaan botsen in de politiek tussen voor- en tegenstanders van de regeling. De waarderingsfaciliteit sluit weliswaar aan bij de waarde die de bedrijfsopvolger daadwerkelijk kan betalen, maar uit het onderzoek blijkt volgens de onderzoekers dat de waarde going concern in de BOR niet doelmatig is. Uit de evaluatie blijkt namelijk dat de budgettaire kosten van deze vrijstelling onnodig hoog zijn. Dit komt volgens de onderzoekers doordat ondernemers ook in gevallen waarbij er voldoende privémiddelen beschikbaar zijn, voor het voldoen van de belasting gebruik kunnen maken van de vrijstelling.
Vervolgens wordt gesteld dat in de meeste overige gevallen, waarin de bedrijfsopvolger niet over voldoende privémiddelen beschikt, een betalingsregeling een oplossing kan zijn.  
Een dergelijk alternatief zou voor de bedrijfsopvolging in de landbouw desastreus zijn. De waarde in een agrarische onderneming zit immers grotendeels in de landbouwgrond. Er is dan ook geen ruimte om belasting te betalen. Bij een duurzame voortzetting van de onderneming komt die ruimte er in de toekomst ook niet. De waarderingsvrijstelling blijft derhalve een must om de continuïteit van de agrarische onderneming niet te ondermijnen. De waarderingsvrijstelling is vanuit het perspectief van de agrarische sector noodzakelijk, doelmatig en doeltreffend.

Onduidelijk wat er gaat gebeuren

Wat er met de uitkomst van de evaluatie gaat gebeuren, is moeilijk in te schatten. Enkele politieke partijen dienden het afgelopen jaar moties in waarin zij een voortzetting en versoepeling van de bedrijfsopvolgingsregeling voorstaan. De vraag blijft of de uitkomst van dit onderzoek tot andere inzichten leidt en een meerderheid in de Tweede Kamer al dan niet in een aangepaste vorm voorstander blijft van de vrijstelling van de BOR.

Meer weten?

Neem contact op met Bert van den Kerkhof, hoofd vaktechniek Belastingadviesvia e-mail.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

E-mail Bert
Aanmelden nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Meld u direct aan
Volg ABAB op Facebook

Volg ABAB op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina
Volg ons nu