ABAB wint procedure rondom rioolrechten (24-07-09)
In 2000 ontving een van ABAB’s klanten een aanslag voor rioolrechten. Hiertegen is bezwaar aangetekend bij het gerechtshof in 2004. Dit bezwaar is toen ongegrond verklaard. Daartegen is ABAB namens de klant in cassatie gegaan. Deze maand heeft het gerechtshof ABAB in het gelijk gesteld.
Afwatering
De klant van ABAB is eigenaar en gebruiker van een perceel met een woning en drie bedrijfsgebouwen. De woning is aangesloten op het buizenstelsel van de gemeentelijke riolering, waarop geen hemelwater afgevoerd mag worden. Niet gebleken is dat de bedrijfsgebouwen op de gemeentelijke riolering zijn aangesloten. Het hemelwater wordt afgevoerd via een sloot die achter de woning en de bedrijfsgebouwen ligt en in de grond. Deze sloot staat in verbinding met het oppervlaktewater in beheer bij het waterschap, niet met het gemeentelijke rioolstelsel.
Woning en bedrijfsgebouwen gesplitst
De woning en de bedrijfsgebouwen zijn zowel kadastraal, als juridisch en feitelijk van elkaar gesplitst. Ze verdienen dan ook een aparte behandeling volgens ABAB. Naar het oordeel van het hof lenen zij zich daarom voor verticale splitsing. Eerder had de Hoge Raad dit al opgemerkt in de cassatieprocedure. De bedrijfsgebouwen zijn volgens het Hof niet te beschouwen als bezittingen die direct of indirect op de gemeentelijke riolering zijn aangesloten. Hetgeen tot de conclusie leidt dat de bedrijfsgebouwen niet in de heffing van het rioolrecht kunnen worden meegenomen.
Noot voor de redactie
Nadere informatie kunt u verkrijgen via:
Leo van Breda, Belastingadviseur, telefoon (0344) 68 00 25)
of:










